header.png
donderdag 19 juli 2018

Uitleg

Hejje Mojjer Natuurlijk

Dit zijn alle artikelen die ooit in het Hejs Nejs zijn geplaatst door Martha en Paul Toonen
Op verzoek staan ze nu ook op de site heijen.info
Door op een link te klikken kom je in het desbetreffende artikel.

Door hier te klikken kom je weer terug bij de artikelenlijst.
Door hier te klikken kom je weer terug bij de home pagina.

Wesp- of tijgerspin (Argiope bruennichi)

 82 heijen 01

Deze opvallende spin is met geen andere spin te verwarren. Met haar prachtige, opvallende geel, witte en zwarte streeppatroon lijkt ze te roepen: “Kijk naar mij, ik ben de mooiste spin in het land”. Met haar opvallende streeppatroon lijkt ze wel wat op een wesp, maar ook op een tijger, vandaar de naam wesp-, wespen- of tijgerspin.

Weest gerust ze is voor de mens niet giftig maar haar felle kleuren zijn wel een waarschuwing voor aanvallers zoals vogels, die een vette spin als hapje wel zien zitten. Met haar kleuren geeft ze aan dat ze giftig is. Dat is allemaal bluf maar het werkt wel. De wespspin is helemaal niet gevaarlijk voor vogels, en ook niet voor zoogdieren, zoals de mens. Toch werkt de tekening efficiënt, want veel mensen schrikken terug bij het zien van een wespspin omdat ze denken dat het een gevaarlijk exemplaar is, maar gelukkig zijn er ook genoeg mensen die genieten van het mooie uiterlijk van deze soort. Ze mag dan ook gezien worden.

Het web

De wespspin hoort als soort onder de wielwebspinnen net als onze kruisspin. Zoals alle wielwebspinnen hangt zij met de kop omlaag in het web. Het web wordt dicht bij de grond geweven want het voornaamste voedsel van de spin zijn sprinkhanen, die in het terreintype waar de spin voorkomt meestal algemeen zijn. Dat wil niet zeggen dat ze niets anders eten; ook vliegen, kevers en libellen staan op het menu. Zoals op de foto goed te zien is hangt de spin zelf met de kop omlaag in het dicht geweven centrum van het wielweb. Onder en boven het centrum van het web bevindt zich een opvallende dikke, witte zigzag band van niet-klevend weefsel , het zogenaamde stabillement. De functie van deze structuur, die bij alle soorten van het geslacht Argiope voorkomt, heeft niets te maken met stabilisering van het web, maar heeft waarschijnlijk een signaalfunctie. Er bestaan twee aannames hierover: De banden zouden de aandacht afleiden van de spin zodat zij minder gemakkelijk vindbaar is, of de mogelijkheid bestaat dat beide banden met het ultraviolette licht dat ze reflecteren insecten aantrekken. Voor beide bestaat geen bewijs.

Uiterlijke kenmerken

Alles hierboven gaat over het vrouwtje met haar mooie getekende lijf. Haar lichaam meet vlak voor het leggen van de eieren ongeveer 2,5 cm en met de poten erbij heeft ze een spanwijdte tot ongeveer 3,5 cm De mannetjes zijn veel minder opvallend en eigenlijk maar dwergjes vergeleken bij het vrouwtje. Het zijn bruinige spinnen van ongeveer 1 cm met lange poten die vaak aan de rand van het web van het vrouwtje zitten. Zij missen de geel-zwarte tekening op het achterlijf en de duidelijk geringe poten van het vrouwtje.

Nageslacht

Tegen het einde van de zomer wordt de cocon, waarin de eieren gelegd worden, door het vrouwtje gesponnen. Het is een soort urntje van ongeveer 2 cm hoog met een kraagvormige rand die in de buurt van het web wordt opgehangen tussen de vegetatie soms tot wel vijftig centimeter van het web. De eieren, meestal enkele honderden, overwinteren op die manier en in het voorjaar komen de jonge dieren uit de cocon en is de cyclus rond.

De paring tussen mannetje en vrouwtje is niet zonder gevaar voor het mannetje. De mannetjes zijn eerder volwassen dan de vrouwtjes en zitten aan de rand van het web van een net nog niet volwassen vrouwtje te wachten tot zij haar laatste vervelling beleeft. Na de laatste vervelling, is de huid en ook het paringsorgaan van het vrouwtje nog zacht en soepel. Het mannetje kan dan overgaan tot paring. Dat gebeurt uiterst voorzichtig want elke bewegend voorwerp in het web is een prooi voor de spin. Het mannetje moet door middel van signalen duidelijk maken dat hij geen prooi is en de agressie onderdrukken. Wespspin-mannetjes zijn hier niet erg goed in. Ze tokkelen wat aan de draden van het web en trillen met het achterlijf. Bij het net vervelde vrouwtje is het agressieniveau laag, maar als zij eenmaal heeft gepaard is dit weer hoog. Er wordt daarom zelden nog met succes een tweede maal gepaard. Als dit wel gebeurt is dat meteen de laatste keer voor het mannetje want hij bezit maar twee paringsorganen die hij allebei maar een keer kan gebruiken. Paart hij langer dan 10 seconden met het vrouwtje dan is dat zijn laatste daad in het leven, want zijn partner eet hem gewoon op. Volgens wetenschappelijk onderzoek kiezen mannetjes wespspinnen bewust voor de dood als ze seks hebben met een vrouwtje dat genetisch (geen familie dus) van hem verschilt. De kans op gezonde nakomelingen is dan het grootst.

82 heijen 02

Voorkomen

Oorspronkelijk was de wespspin een Zuid-Europese soort. Heel lang kwam ze in België alleen voor in het zuiden van het land. In Nederland kwam ze toen nog niet voor. Sinds zo’n dertig, veertig jaar is de spin echter steeds noordelijker gaan opduiken en vandaag vind je haar dan ook regelmatig in het grootste deel van België en Nederland. Mogelijk voelt de tijgerspin zich hier nu meer thuis door de opwarming van het klimaat in onze streken. De soort wordt gevonden op de heide, maar ook in wegbermen, grasland en de laatste jaren zelfs regelmatig in tuinen.

De eerste gepubliceerde waarneming in Nederland kwam uit Waterop bij Gulpen in 1980. In de jaren negentig kwam de spin alleen in Zuid-Limburg voor maar daarna ging het hard en kwamen er steeds meer meldingen van vondsten in heel Limburg en Noord Brabant. Nu komt de soort in heel Nederland voor.

Ga het veld in en verwonder je over de pracht van de natuur. Veel plezier

Martha en Paul