header.png
dinsdag 11 december 2018

Uitleg

Hejje Mojjer Natuurlijk

Dit zijn alle artikelen die ooit in het Hejs Nejs zijn geplaatst door Martha en Paul Toonen
Op verzoek staan ze nu ook op de site heijen.info
Door op een link te klikken kom je in het desbetreffende artikel.

Door hier te klikken kom je weer terug bij de artikelenlijst.
Door hier te klikken kom je weer terug bij de home pagina.

Ganzen

41 Heijen 01

In de winter verblijven er in ons gebied grote aantallen ganzen. Het is echt de moeite waard om deze grote groepen ganzen eens met de verrekijker te bekijken en neem een vogelboekje mee om te kijken of je ze herkent. Er kunnen zeldzame soorten tussen zitten en ook kunnen er exemplaren met ringen te zien zijn. Tegenwoordig zijn dit meestal gekleurde halsringen met een aantal letters erop. Hiermee wordt onderzoek gedaan naar het trekgedrag. Blijf bij het bekijken van ganzen op afstand. Gaan alle koppen van de dieren omhoog, ga dan niet dichterbij; het is een teken dat ze ongerust worden. Zoals op de foto te zien is zijn wij te dichtbij gekomen want ze vlogen na een tijdje massaal op. Dat leverde natuurlijk wel een prachtige foto van deze opvliegende (riet)ganzen op.

Rietgans (Anser rossicus/fabalis)

Van de Rietgans bestaan verschillende vormen. De verschillen tussen deze (onder) soorten zijn gering. Allemaal hebben ze een donkerbruin verenkleed, waarbij de kop en hals nog donkerder zijn dan de rest van het lichaam. De snavel is het belangrijkste verschil. Ze zijn allemaal zwart met een groter of kleiner oranje deel. Daarnaast is de vorm van de snavels variabel. De meest voorkomende ondersoort in Nederland is de op de noordelijke toendra’s broedende, deze vogels hebben een zwarte snavel met bij de punt een oranje bandje. De op de taiga broedende ondersoorten hebben een slanker uiterlijk en hebben over het algemeen een snavel met veel oranje.

Kolgans (Anser albifrons)

De Kolgans is een gast uit Noord Rusland. Daar broedt deze soort en zodra de winter invalt worden warmere streken opgezocht. De laatste jaren is het aantal overwinteraars enorm toegenomen tot enige tienduizenden exemplaren. De volwassen Kolgans is te herkennen aan de witte bles boven en rond de snavel en de zwarte dwarsstrepen over de buik. Jonge dieren missen deze kenmerken.

Grauwe gans (Anser anser)

De Grauwe Gans is een forse gans die vooral te herkennen is aan de grote oranje snavel en een vrij lichte kop en hals. Hij lijkt het meest op de ‘boerderijgans’ en maakt ook hetzelfde zware, gakkende geluid.

Veel overwinterende exemplaren zijn afkomstig uit Scandinavië, maar ook veel broedvogels uit onze eigen streek blijven hier hangen.

De Canadese Gans (Branta canadensis) De Canadese Gans is een soort die in Europa ingevoerd is en vooral in Groot Brittannië broedt. In de winter trekken ze naar het zuiden en groepen van enkele honderden dieren zijn dan hier te zien. Deze soort heeft voornamelijk zwarte veren. Typisch is de witte band die loopt vanaf de keel tot over de wangen.

Niet alleen overwinteren

Tegenwoordig verblijven er ook in de andere jaargetijden veel ganzen. Het gaat dan vooral om Grauwe Gans, Nijlgans, Canadese Gans en de laatste jaren ook Brandgans. De ganzen foerageren vooral op grasland. De bemesting van grasland zorgt voor eiwitrijk gras en een lang groeiseizoen vergeleken met vroeger. De ganzen profiteren daarvan, zeker nu boeren de begrazing door ganzen toelaten in het kader van het ganzengedoogbeleid. Daarnaast heeft ook de vermindering van de jacht tot een toename geleid. Nederland is door de grote aantallen een internationaal belangrijk doortrek- en overwinteringsgebied voor verschillende soorten ganzen.