header.png
maandag 21 mei 2018

Uitleg

Hejje Mojjer Natuurlijk

Dit zijn alle artikelen die ooit in het Hejs Nejs zijn geplaatst door Martha en Paul Toonen
Op verzoek staan ze nu ook op de site heijen.info
Door op een link te klikken kom je in het desbetreffende artikel.

Door hier te klikken kom je weer terug bij de artikelenlijst.
Door hier te klikken kom je weer terug bij de home pagina.

Hazelaar (Corylus avellana)

31 Heijen 01

De hazelaar is de vroegste bloeier onder de inheemse houtige gewassen. Hij groeide hier al na de laatste ijstijd ongeveer 10.000 jaar geleden toen zich de eerste bossen ontwikkelden. Het is een bladverliezende, meerstammige grote heester of kleine boom, die vroeger vaak in heggen aangeplant werd.

Groeiwijze

De hazelaar is een “naaktbloeier”, dat betekent dat de plant bloeit voordat er blad gevormd is. Het is een tweeslachtige plant (zowel de mannelijke als de vrouwelijke bloemen groeien aan dezelfde plant). Bij gunstig weer bengelen de mannelijke gele katjes al in januari aan de takken. Zij trekken zich van de winterse temperaturen niets aan. Vrolijk wuiven in de wind om zo te zorgen voor de bestuiving van de kleine vrouwelijke bloemen. De vrouwelijke bloemen zijn erg klein en zitten met drie tot vier stuks in een klein knopje bij elkaar. Tijdens de bloei zijn alleen de rode stijlen met de stempels te zien. De hazelaar kan tot 6 meter hoog worden en gaat pas na zes jaar vrucht dragen. Zijn noten zijn geliefd bij mens, eekhoorntjes, hazelmuizen, gaaien, spechten en boomklevers.

Verspreiding

De hazelaar komt algemeen voor in Europa, Klein-Azië en de Kaukasus. Hij groeit zowel in het laagland als ook in het gebergte op vochthoudende, voedselrijke leemgrond. Hij wordt vaak aangeplant voor zijn eetbare noten. Bij ons vinden we hazelaars vooral in het zuiden van Nederland en in geheel Vlaanderen, behalve in de polders op leemhoudende bodem. Zij kunnen zich lang handhaven als zij regelmatig gesnoeid worden (hakhout) en voldoende licht hebben om nieuwe takken te kunnen ontwikkelen.

Gebruik

De struik was al bij de Grieken en de Romeinen in cultuur. Het hout brandt goed en levert prima houtskool. De buigzame tenen werden tot allerlei producten gevlochten, zoals hekwerken en manden. Hazelaars werden hiervoor om de 7 jaar tot bij de grond afgekapt. Duizenden jaren geleden werden vissersboten gemaakt van hazelaartenen, bespannen met huiden.

Hazelaartakken werden ook gebruikt bij het bouwen van lemen hutten, de gevlochten takken werden tussen houten palen bevestigd en daarna bestreken met leem en stro. De tenen en de struiken werden vroeger veel voor heggen gebruikt. De tenen vlocht men tussen doornstruiken om de heg extra stevigheid te geven.

Wichelroede

Hazelaartakken werden altijd al gebruikt vanwege hun bijzondere krachten. Men kon ermee water, mineraaladers en aardenergieën vinden. Hij was de wichelroede die de vorm heeft van een Y. Voor de 17e eeuw gebruikte men hazelaartakken ook om dieven, moordenaars en schatten te vinden.

De praktijk van het wichelen wordt ook tegenwoordig nog uitgeoefend. De wichelaar die naar water, aardstralen of mineralen zoekt, zou bij de ontdekking een lichte siddering van zijn pols of plotselinge hitte of koude voelen.

Hazelnoten brengen geluk wanneer men er een ketting van rijgt en in huis ophangt. Een hazelnootketting gaf men vaak aan een bruid om haar geluk te wensen. Het eten van hazelnoten bevordert wijsheid en vruchtbaarheid.

Veel geluk en eet smakelijk.

Paul en Martha